Als je door de week heen veel werkt is het ook wel eens lekker om te fitnessen. Fitnessen zorgt er nu eenmaal voor dat jij je fitter gaat voelen, maar dit zorgt er ook voor dat je lichaamsgewicht stabiel en goed blijft. Onder dit lichaamsgewicht is het vetpercentage een van de belangrijkste cijfers die je gaat vinden om aan te tonen dat je goed bezig bent met sporten. Ook blijft en is het een cijfer dat best wel vaag is, doordat een toename van 10 kilo met 10% lichaamsvet niet bepaald indrukwekkend is. Ook andersom is niet goed doordat deze verhouding wilt aangeven dat iemand veel gewicht kwijt is, maar de kans dat je nog spiermassa over hebt is dan ook klein. Hoe dan ook, het vetpercentage berekenen kan je op meerdere manieren doen. In deze blog leggen we je meer uit hoe je dit het beste kan doen.

Voordat we beginnen met uit te leggen dat vetpercentage berekenen best wel makkelijk is, is dit percentage dus niet waterdicht. Maak dus niet keuze puur op basis van dit cijfer.

Methode 1 voor vetpercentage berekenen: BMI

De meest bekende methode voor vetpercentage berekenen is je BMI. Ook wel Body Mass Index uitgetypt. Dit is ook wel een indek die de verhouding van je totale gewicht en totale lengte laat zien. Vaak wordt deze methode gebruikt om te laten zien of iemand over- of ondergewicht heeft. Over het algemeen is deze methode niet heel accuraat, doordat in het gewicht ook de spieren is meegeteld. In het geval dat je dus veel bezig bent met sporten en veel spieren traint kan het zo zijn dat deze methode aangeeft dat je overgewicht hebt terwijl je in werkelijkheid een goed gewicht hebt.

 

Methode 2 voor vetpercentage berekenen: Bio-impedantiemeter

Deze tweede methode voor het vet berekenen is een bio-impedantiemeting. Het kan nu zijn dat je precies weet wat dit is of je hebt er nog nooit van gehoord. Het komt erop neer dat dit een weegschaal is, die ook je vetpercentage meet. Door een stroomstootje door je lichaam te laten gaan die je niet voelt kan dit apparaat meten hoe hoog je vet percentage is. Dit heeft te maken met de duur, voordat de stroomschok weer terug is in de weegschaal. Over het algemeen is deze methode wel nog inaccurater dan methode 1. Let dus op met de keuzes die je maakt op basis van deze waardes.

vetpercentage berekenen